Hoofdtekst
Beschrijving
Een ezel, een haan, een kat en een hond wilden samen de wereld verlaten omdat ze een gekraak hadden gehoord. Tegen de avond kregen de dieren honger. De kat klom in een boom en zag ergens in het bos een lichtje branden. De dieren liepen in de richting van het licht en kwamen bij een huis waar mensen aan een rijkelijk gedekte tafel zaten. De ezel had een plan. Hij zou met zijn voorpoten op de vensterbank leunen en beginnen te balken. De hond moest op de ezel gaan zitten en blaffen. De kat moest op de hond kruipen en miauwen, en de haan moest op de kat staan en kraaien. Toen de mensen in het huis al dat lawaai hoorden, zeiden ze: “Duivel en hel is hier, wij vliegen buiten!” Daarna konden de dieren rustig naar binnengaan en alles opeten. Er lagen echter enkele hongerige dieven op de loer, die het eten in het huis ook hadden gezien. Door loting bepaalden de dieven wie van hen op verkenning moest gaan. De dief op wie het lot was gevallen, werd echter zwaar toegetakeld door de dieren, die zich strategisch hadden opgesteld. De dief kreeg de deur tegen zijn neus. Toen hij zijn handen wilden gaan wassen, werd zijn gezicht door de kat opengekrabd en zat de haan boven op een balk te roepen: “Geef hem er maar van, geef hem er maar van!”
Bron
W. Van Wesenbeek, Leuven, 1969
Commentaar
7. Sprookjes
brabants (brussel en omstreken)
j
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Ulriks-Kapelle   
