Hoofdtekst
’t Was hier een van Mannekensvere die op een avond naar huis kwam langs de koude Schure en je (hij) zag hij daar een keerse staan op de balie (houten schot), een keerse die brandde he. En j’ had vaneigens (natuurlijk) benauwd, maar asten d’r ton bij kwam sloeg die keerse uit, in ene keer, en ’t was daar niemand te zien in ’t ronde.
Beschrijving
Een man uit Mannekensvere die 's avonds naar huis kwam langs de koude Schure, zag op een houten schot een brandende kaars staan. Toen de bange man dichterbij kwam, doofde hij de vlam met een slag.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
50
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Schure (Mannekensvere)   
Naam Locatie in Tekst
Mannekensvere   
Plaats van Handelen
Schure (Mannekensvere)   
