Hoofdtekst
Overtied weunde er in ’t Vriebusch nen kasteelheere, Mr. Casier noemde ne. Je was nie stief katholiek. Korts nadat ne doeod was, was er olle nachten een geroep liek van nen ul die ip den groeoten eeke zat. “Ha, ha, ha, ha, ha” riep ne oltied. Duzenden minsen kwoamen ’s nachts kieken en luisteren. Miene kozien hèt ne ne keer doeodgeskoten en hem ipgevuld en an de gravinne gegeven. Men hèt ton da geroep nooit meer gehoeord. ’t Was de groave die were gekeerd was, zeien ze.
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
In het Vriebus woonde een kasteelheer die niet erg gelovig was. Kort na de dood van de kasteelheer hoorde men iedere nacht in de eikenboom een uil roepen. Duizenden mensen kwamen 's nachts naar de uil kijken en luisteren. Men vertelde dat het de geest van de kasteelheer was, die was teruggekeerd. Op een dag heeft iemand de uil doodgeschoten, het dier opgevuld en aan de gravin gegeven. Daarna heeft men dat geroep nooit meer gehoord.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
163
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Pittem   
Plaats van Handelen
Vriebos (Pittem?)   
