Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0197_0197_33421

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

T’er was enen die leerdegen toveren, en daarvoren moest hij al den ene kant geschoren zijn en als den andere kant moest zijn haar vol pek hangen en hij moest daar zo staan met een zwart henne onder zijnen arm tot als de ruiters passeerden. En als de die passeerden gaven ze hem ne plak op zijn kake (wang) en hij kost toveren! Nu heeft hij nog de naam dat hij kan toveren.

Beschrijving

Een man die wilde leren toveren, moest zijn hoofd aan de ene kant kaal scheren en het aan de andere kant vol pek smeren. De man moest met een zwarte hen onder zijn arm wachten tot er ruiters zouden voorbijrijden. Toen dat gebeurde, kreeg de man een oorveeg. Daarna kon hij toveren.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
584
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Woubrechtegem    Woubrechtegem