Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0442_0442_2880 - "Noë" met zijn bende gaat stelen te Vechmaal

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Die plaagden oech (= U) overal, die 'Noë'. In Vechmaal waren twie aa minse: enen aa man en een aa vrouw, en die hadden een koe verkoch(t), en het geld in een ander huis geleg(d), en doa zeien ze 'zje moet hem maar tegenhouden!' 'Noë' wis(t) direk dat doa een koe verkoch(t) was, en 's nachts waster (= was hij) doa voor geld te halen. Mè de man van 't huis had de tafel voor de deur gezatte (= gezet) en hij had ene riek gepak(t), en zo maar door de deur gestoken met die riek!... 's Anderendaags liepen doa mannen van de ben(de) met hun haan (= handen) bebonden (sic).

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Een oud echtpaar uit Vechmaal had een koe verkocht en het geld bij iemand anders in bewaring gegeven. De bende van Noë was er achter gekomen en besloot in te breken in het huis waar het geld werd bewaard. De man die in het huis woonde, had de deur echter geblokkeerd met een stoel en hij stak met een mestvork door de deur. De volgende dag hadden de rovers een verband om hun handen.

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1129
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Noë    Noë   

Naam Locatie in Tekst

Widooie    Widooie   

Plaats van Handelen

Vechmaal    Vechmaal