Hoofdtekst
I -Ah! Maar ik wou nog vragen van Maria (Inf. 22) die heeft daar gezegd zo van een zekere Ema dat dat zou een heks geweest hebben, weet ge daar niets af?27 -Ema? Dat was een braaf vrouwmens ze (hoor)!I -Ema, dat was een heks heeft Maria gezegd, want die ôt(had) haar broer betoverd.37 -De mensen geloofden dat allemaal in de tijd, aiaiai!I -En d’er was er nog een ze (hoor), want ik heb hier een papier mee, wacht. (Ik haal mijn lijst, waarop ik al mijn vermeende heksen tot dan toe had genoteerd, boven.) en dan die Roeland, weet ge daar niets af? Dat was ook een heks heeft ze gezegd.II -Ik peins dat het bij Maria allemaal heksen zijn. 27 -Roeland? Dat zou dan mijn meetje geweest hebben?II -Voilà. Al dat een snuitdoek droeg.I -Dus uw meetje dat was dus ook een heks of zo? (lachend)27 -Dat was een Roeland, allez, haar vader, mijn vader zijn zuster was getrouwd met een Roeland, maar zij was een Van Cauwenberge ze (hoor), anders heeft er op Pardassenhoek geen Roeland gewoond.I -Maar dat was een vrouw en die heette Roeland of zoiets en ...27 -Ah, die niet, haar man heette Roeland, maar die is wreed vroeg gestorven.I -En d’er was nog een die familie was van die Ema en dat was ook een heks.II -Ja zeg!37 -Wat de mensen allemaal geloofden in de tijd!27 JJ -Ema, ‘t was zo een venijn van een wijf hé en zo een wreed magere, maar geen heks hé. En de mensen konden zo dikwijls zeggen : “’ t Is een heks” zeiden ze, maar dat was zo een deugniete en een pinne, ge weet wel.37 -Zo wierden ze ook ...27 -Wel ja.37 -‘t Is een echte heks zeiden ze. Nu zeggen ze “gendarmes” daartegen, maar in de tijd zeiden ze “een heks” hé. Als ze iets tegenôt (tegenhad, een wrok tegen iemand had), moest ge opletten ze (hoor)!27 -Wel ja, zo was Ema.37 - ... Want ze wist alles.
Beschrijving
Een venijnige magere vrouw werd ervan verdacht een heks te zijn.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
27JJ
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Godveerdegem   
