Hoofdtekst
Een tant van Maye van de Brabander, die wass van de kooie hand geraakt. Die wol (wou) haar handen wassen en dat kos ze niet. En als ze slapen wol gaan, dan kos ze nie haar bed in en diks (dikwijls) kos ze ook weer niet eruit. Ze presumeerde (vermoedde), dat dat wijfke van daarneven was. In Rotselaar is dat gebeurd. Die lui hebben do veel moeten bidden voor dat kwijt te geraken. Wat dat meisje geleden had, foei, foei!
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw uit Rotselaar was behekst. Wanneer de vrouw haar handen wilde gaan wassen, lukte dat niet. Soms geraakte de vrouw niet in haar bed, en soms kon ze er 's ochtends niet meer uit. Na lang bidden was de vrouw eindelijk verlost van de kwade hand.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
315
fabulaat
De zieke vrouw uit het verhaal was een tante van Maye V.D.B.
Naam Overig in Tekst
Maye V.D.B.   
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Rotselaar   
