Hoofdtekst
me moier kam es thös no Zeppere; en rond 12 oere stond ze vuit een hôg en kon nemie duir; ze zocht no een duir, mo dô was gien; en dan ging ze zitte, en de duir was vuir huir.
Beschrijving
Een vrouw die naar Zepperen wandelde, bleef plots stilstaan omdat er een haag voor haar stond. Omdat de vrouw de deur niet vond, ging ze zitten. Op dat ogenblik zag de vrouw dat de deur zich vlak voor haar neus bevond.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (sint-truiden)
132
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Truiden   
Plaats van Handelen
Zepperen   
