Hoofdtekst
Me vader was enen dakwerker en ze hadden e soort werktuig, enen desser. Ze moesten in Hees een schuur gaan maken en 's mirres vertrokken ze al redelijk vroeg. 't Was nog donkel. En do irres (ergens) tussen Rosmeer en Hees moest vader tussen stichelen door en duw zat do wei enen hond op de stichelen en er (vader) wol zich astrant (stout) maken; er wol houwen met den desser en den hond gromde op 'm. De werewolven hadden altijd bang voor scherpe werktuigen.
Beschrijving
Een dakwerker zag 's ochtends tussen Rosmeer en Hees een hond op een draaikruis zitten. Toen de man met een desser naar de hond wilde slaan, begon het beest vervaarlijk te grommen. Weerwolven waren immers bang voor scherpe voorwerpen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
523
Vader van de informant
fabulaat
Een desser was een scherp werktuig dat werd gebruikt door dakwerkers.
Naam Locatie in Tekst
Kleine-Spouwen   
Plaats van Handelen
Rosmeer   
Hees   
