Hoofdtekst
’t Was hier een toveresse en z’had n’een boek. Want de pasters hèn daar dikkels geweest achter dien boek maar ze wilde hem nie geven. Maar ip ’t ende hèt z’hem toch moeten afgeven, want anders kost ze nie kerkelijk begraven worden. En ze kosten dien boek aan één van heur dochters geven, ene die ze vooropstelde. Van de moment dat dien boek weg was, waren ze ulder ne macht kwijt.
Beschrijving
In Schuiferskapelle woonde een toveres die een boek bezat. De pastoors zijn vaak bij die vrouw geweest om het boek op te halen, maar de toveres wilde het niet afgeven. Uiteindelijk heeft de toveres haar boek toch moeten afgeven, want anders kon ze geen kerkelijke begrafenis krijgen. Meestal gaf de toveres haar boek aan één van haar dochters.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (o van houtland)
409
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schuiferskapelle   
Plaats van Handelen
Schuiferskapelle   
