Hoofdtekst
Do was eens nen ongedeupte man te Mettekoven gestorven. Zen twee dochters bleven allein aater. Alle naachten koem hij spoken onder de gedoante van e ne grote zwatte hond en hij gooide dan alles omvaar. De metske goenken noa de poaters. Deze zegenden het hous en het spook was voert.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
In Mettekoven kwam een man spoken, die ongedoopt was gestorven. De dochters van de man zagen elke nacht een grote zwarte hond verschijnen, die alles omvergooide. Nadat de paters het huis hadden gezegend, zag men het spook niet meer.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
222
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mettekoven   
Plaats van Handelen
Mettekoven   
