Hoofdtekst
Hier woor e menneke dat las alle doag in ene kooie boek en dat werd bang van dat te lezen en do wol (wou) 't van afkomen en dow (toen) was 't menneke no ene pater gegangen voor do van af te komen en dow zei de pater tegen hem: 'Deze nacht om twaalf uren moste op e kruispunt gaan staan en de (uw) boek mitnemen en do zal een heel deel volk neven dech doorkomen.' Dat doog er (deed hij) en do kwam een heel deel volk neven 'm door en do pakten hem ene zijne boek uit z'n handen en er woor tevan af. M'n vrouw heeft mech dat nog verteld. Ze had die mens nog gekend.
Onderwerp
SINSAG 0752 - Zauberbuch kann nicht verbrannt oder weggegeben werden: Zauberer lässt es stehlen.   
Beschrijving
Een jongen die elke dag in een toverboek had gelezen, was bang geworden en ging naar een pater. De geestelijke sprak: "Vannacht om twaalf uur moet je met je boek op een kruispunt gaan staan. Er zullen dan heel wat mensen voorbijkomen." Toen de jongen die nacht op het kruispunt stond, nam iemand hem zijn toverboek af. Daardoor was de jongen verlost.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bilzen)
461
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eigenbilzen   
