Hoofdtekst
E vrouwke van Mal hoedde de küj (= koeien) en ze had hare plag (= zakdoek) vergeten. Toen ging ze hem terug halen. Onder de baan kwam ze een heel lang wijf tege(n) met ene plag op hare kop. Die liep in 't midden van het veld. Het vrouwke was lope(n) gegaan zo hel (= snel) as ze kos (= kon).
Beschrijving
Een boerin uit Mal die de koeien ging hoeden, kwam onderweg naar huis een bijzonder grote vrouw tegen met een zakdoek op haar hoofd. De boerin is weggelopen van angst.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
39
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Mal   
