Hoofdtekst
Om 12 oeren was do altaid altaid groot lewèèt. Het was alsof kettelen (kettingen) van de trap rolden. De minsen koemen do altaid ne laisteren. Do was ook e vinster van het kesteel woa altaid outvoel. Het hoelp nie van een nauw in te zetten want 's aanderendoags loog e weer op de grond. Niemand wis woa dit gespook was.
Onderwerp
SINSAG 0892 - Das Loch in der Wand; kann nicht geschlossen werden: Teufel flog durchs Loch.   
Beschrijving
Om middernacht hoorde men in de Geuzentempel in Alken altijd een verschrikkelijk lawaai. In het gebouw was ook een venster die op geen enkele manier dichtgemaakt kon worden.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
269
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Geuzentempel   
Naam Locatie in Tekst
Alken   
Plaats van Handelen
Alken   
