Hoofdtekst
Jaat aan Flabbaart heet gespookt. ‘k Hè d’er nog ne keer enen geweten die mee zijn peird en zijn feture (kar) in de gracht gezet wiere. Hij wierd azo opgepakt zie en pardaf in de beke gesmeten. Ja in vroeger jaren bestond dat allemale maar nu niet meer hé? Dat was aan Flabbaarts buize… maar nu is ’t geestelijk te fel jong. Maar dienen boer heet er geen leed van gehad. Heel de nacht heet hij in de beke gezeten en hij en wist het niet. En ’t volk dat naar zijn werk ging heet hem d’eruit gehaald.
Beschrijving
Een man die met paard en kar onderweg was, werd bij de Flabbaartsbuis door Flabbaart in de beek gegooid. De hele nacht zat de man in de beek, zonder dat hij wist waar hij was. De mensen die 's ochtends naar hun werk vertrokken, hebben de man uit het water gehaald. Flabbaart bestaat nu niet meer omdat de geestelijkheid teveel macht heeft gekregen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
64
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Flabbaartsbuze (Oedelem)   
Flabbaert   
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
