Hoofdtekst
Brandende kaarsen in het veld.As ‘k mee mij moeder uit de Melsenstrout kwam, waor da nou Van Laor weunt, tan zagen we dor tien keisen brannen in ne put, achter Bogaors was da. En ik was nog mor ’n jour of twelf aed en mij moeder zegt: “Pak mijne veuscheut vast!” En ik mij vastgepakt ao mij moedere, die ou âlt heiligdom bij en die keisen gingen uit zulle, as we dor aokwamen!
Beschrijving
Een jongen die samen met zijn moeder uit de Melsenstraat kwam, zag bij een put tien kaarsen branden. De jongen greep snel naar de schort van zijn moeder. De moeder had heiligdom bij zich. Toen de twee dichterbij kwamen, werden de kaarsen gedoofd.
Bron
H. Arens, Gent, 1954
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (land van waas)
103
Omstreeks 1892
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Haasdonk   
Plaats van Handelen
Melsenstraat (Haasdonk)   
