Hoofdtekst
Do gingen is een meske mee ne joeng no den pastoor veur ’t ondertrouwe. En dieje joeng zei onderwege: "’k moet eens een kommissie doen". En hij gaat anne kant achter de haag. Da meske had ne zwarte neusdoek aan en dieje was in stukke vaneen. Hij had de zwarte dinge van dieje neusdoek nog tussen zijn tan’.Want da bestond er vroeger zanne. Da hem ik ons moeder dik’ genoeg hore vertelle en die was negentig jaar as ze stierf.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een meisje ging samen met haar vriend naar de pastoor voor de ondertrouw. Onderweg zei de jongen: "Ik moet even een boodschap doen", en hij verdween achter de haag. De zwarte zakdoek van het meisje werd door een beest in stukken gescheurd. Toen de jongen even later terugkwam, had hij de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
650
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
