Hoofdtekst
39 Aan ‘Looikes Kréés’ zeggen ze, daar zaten twee zware Lieve Heren, wùr, ‘èèmser’ (= soort natuursteen) kruisen. Dat waren twee schepers, waren daar doodgebleven. Dan hadden ze allebei - de schepers ‘hadden kwestie met een’ (= hadden ruzie met elkaar). En ze houwen met de schop en de ene houwt de andere dood. Ze houwden ze alletwee dood, wùr; allebei houwden ze tegelijk met de schop. Die houwde die en die houwde die dood. En die stenen hebben daar lang gestaan aan ‘Looikes Kréés’. ‘Looikes Kréés’, dat is als je de Erhemstraat uitgaat, wùr.I Ah, op het einde daarvan?39 Op het einde, het veld in. Daar stonden twee kruizen, grote ‘èèmse’. En die zei: "Dat zijn twee schepers die d’een d’ander doodgehouwen hebben." Ja dat bestond.
Beschrijving
Twee schaapherders die ruzie hadden, sloegen elkaar dood met een spade. Om die gebeurtenis te herdenken heeft men bij Looikes Krees aan het einde van de Erhemstraat twee kruisen gezet.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (groot-riemst)
39M 524
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
