Hoofdtekst
‘k Moeste ‘k ik dikkels bij een vrouwmens gaan slapen en ze zei tegen mij: "O j’ mij hoort roepen, ton been ‘k van de mare bereên. Ton moe j’ maar juste mijne name roepen en z’is weg." Da was juste lijk entwadde dat ip joe lag. En o j’ een mes pakte en ge zette dadde ip joe met de pinne (punt) omhoge, ton zijn ze d’r aan. En joen kloefen moest je met de punt naar ’t bedde zetten, ton kosten ze ook nie naderen.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een vrouw logeerde bij een vriendin, die vóór het slapengaan zei: "Als je mij hoort roepen, dan word ik door de maar bereden en dan moet je mijn naam roepen". Om zichzelf tegen de maar te beschermen, moest men een mes met de punt omhoog op zijn borst houden. Men kon zijn klompen ook met de tenen naar het bed gericht zetten.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (o van houtland)
128
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
