Hoofdtekst
Van die met zij(n) naaimachien, dat is ook nog iet. Dat was ene snij(d)er, en die was in Luik op de foor gewees(t), en he had e duvelke op e kiske metgebrach(t). En dat was zo een, aster (= als hij) dat in zijn gezich(t) spuwde, dan scheet het ene halve frank alle minuten. - In Valmeer was dat. - Mè die he(ef)t ene pater moeten doen komen, want ich geloof at het een ech(t) stuk duvel was. Alle nachten lag zijn heel naaimachien uiteengedaan en door de huis (= huiskamer) gesmeten, dat er enen halven dag moes(t) wachter iejter (= eer hij) opnieuw kon beginnen te naaien. Toen he(ef)t ene pater dat gezegend, en toen was het gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0907 - Teufelsgeld.   
Beschrijving
Een kleermaker uit Valkmeer kwam terug van de kermis in Luik. De man had een kistje meegebracht, waarop een duiveltje zat. Telkens wanneer de man het duiveltje in het gezicht spuwde, kwam er een halve frank tevoorschijn.
's Nachts haald het duiveltje de naaimachine van de man echter helemaal uit elkaar, zodat de kleermaker de machine 's ochtends moest herstellen. Uiteindelijk heeft de man een pater laten komen. Nadat de pater het kistje had gezegend, gebeurden er geen vreemde dingen meer.
's Nachts haald het duiveltje de naaimachine van de man echter helemaal uit elkaar, zodat de kleermaker de machine 's ochtends moest herstellen. Uiteindelijk heeft de man een pater laten komen. Nadat de pater het kistje had gezegend, gebeurden er geen vreemde dingen meer.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (tongeren en omstreken)
1043
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
Plaats van Handelen
Valkmeer   
Luik   
