Hoofdtekst
Weerwolf komj: door het venster kijken. Op nen avond zat er te onzen ne keer nen ouden in huis te klappen, bij ons, rond de stove, en almetnekeer komt er daar alzo enen aan het huis en hij lei zijn grote berepoten op de venster en hij zei tegen dien ouden : “Ik ga seffens gaan komen,” zo, het moest toch wel zijn dat hij hem kende.
Beschrijving
Toen enkele mensen in een huis in Heurne zaten te praten, verscheen er plots een weerwolf die zijn grote berenpoten tegen het raam zette en sprak tot een bezoeker: "Ik kom zometeen". Die bezoeker moet die weerwolf dus hebben gekend.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
403
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heurne   
Plaats van Handelen
Heurne   
