Hoofdtekst
Toon Winters heeft mich verteld, hij is nu dood de mens, dat hij eens met e paar man 's winters naar de mert ging en ze gingen dan recht door 't broek, zo op Hasselt aan. En onderweg moesten ze is aanroken maar daar had niemand stekskes bij, ja toen waren er nog zoveel nie hé, toen was 't nog allemaal kennep.Maar ineens zagen ze op de grond e bolleke vuur liggen en ze dachten wat zou dat kunnen zijn, dat kunnen toch ooch geen wichter geweest zijn die hier met vuur gespeeld hebben. Maar ja, 't bleef dan 't zelfste wat 't was. Zij staken hun pijp aan, ze gingen verder. Maar toen ze nog geen 80 meter verder waren, toen schudde hij zich uiteen, toen was 't mich ne vuurman.
Beschrijving
Op een winterdag ging Toon W. met enkele vrienden naar de markt in Hasselt. Onderweg stelden de mannen vast dat ze geen lucifers bij zich hadden om hun pijp aan te steken. In het broek zagen ze een vuurbolletje op de grond liggen, waaraan ze hun pijp aanstaken. Wat verderop zagen de mannen dat het vuurbolletje in wezen een vuurman was, die rechtstond en de vonken van zich af schudde.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (noord-west)
42
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Toon W.   
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
