Hoofdtekst
X: Hadden er hier geen de naam van toveres?Jamaar, als er een kind ziek was, nu hoort ge niet meer spreken van de koeke en ’t hertegespan. Dat bestaat nu ook, maar de mensen zeggen dat niet meer. Ze zeiden dat dat kind betoverd was. Mijn zuster woonde hier een eind verder en er is er een kindje van haar dood. Het kindje had altijd stukken in zijn hoofd. Heel zijn hoofd vol. En ze hebben er zelfs nog koolbladeren opgelegd om dat te genezen, maar dat genas niet. Dat kind is gestorven hé, en als het dood was, ge moet mij niet geloven, maar er kwamen toch zeker vijftig wormen door zijn neusje, zijn mond, van die lengte, ongeveer twintig centimeter. Zeker wel vijftig. Die wormen hadden geen eten meer en ze moesten eruit komen. Zeker wel vijftig van die lengte, ge moogt mij gerust geloven, daar durf ik mijn handteken op zetten. Dat is gebeurd bij mijn zuster. Ze zeiden ook dat het betoverd was. Ze zijn ervoor bij de paters (Augustijnen – Gent) geweest, en de paters zijn gekomen en hebben het afgelezen. En als ze dat doen, dat aflezen, loopt het zweet van hun gezicht. Het moet toch zijn dat er iets bestaat, want die pater, ’t zweet liep zijn gezicht af. En ze kreeg dan zo’n klein broodje.X: Van Nicolaas van Tolentijn?Ja, en ge moet dat opeten.… Dat vrouwmens van Meilegem ook. De pater is ook bij haar geweest, daar waar de fietsen op de zolder reden. En dat was alle avonden hetzelfde uur, negen dagen lang, tot de paters er geweest zijn. De pater is gekomen en hij heeft het afgelezen, en ze heeft er nooit nog iets van gehoord.X: Ja, maar dat bestaat nog hoor.Jaja, ik ben zo geen katholiek hoor. Maar mij kunnen ze niet wijsmaken dat er niets bestaat hoor.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Als een kind aan een hartziekte leed, zei men dat het kind betoverd was.
Een vrouw uit Ename had een kindje dat altijd korsten op zijn hoofdje kreeg. De ouders gingen met het kind naar de paters, van wie ze een broodje kregen. Terwijl de paters het kind overlazen, druipte het zweet van hun gezicht. Men legde koolbladeren op het hoofd van het kind, maar het kind genas niet en stierf uiteindelijk. Na de dood van het kind kropen er wel vijftig wormen van zo’n twintig centimeter uit zijn neusje en zijn mond.
Een vrouw uit Ename had een kindje dat altijd korsten op zijn hoofdje kreeg. De ouders gingen met het kind naar de paters, van wie ze een broodje kregen. Terwijl de paters het kind overlazen, druipte het zweet van hun gezicht. Men legde koolbladeren op het hoofd van het kind, maar het kind genas niet en stierf uiteindelijk. Na de dood van het kind kropen er wel vijftig wormen van zo’n twintig centimeter uit zijn neusje en zijn mond.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
176D
Zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederename   
Plaats van Handelen
Ename   

