Hoofdtekst
Mijn moeder vertelde dat onzen Gerard ook betoverd geweest heeft als hij klein was. Er kwam altijd een wijf waarvan dat haar vent voerman was naar ’t onzent en ze dronk een potje kaffie met moeder. Iedere keer dat ze kwam zette ze heur bij de wiege en binst dat moeder de kaffie in de keuken gereed deed, zei die vrouwe alle soorten rare dingen en deed alle soorten zotte manieren naar dat kind. Ze was nog niet heelt weg of Gerard kwam schorteblauw (als een voorschoot) en gaf afschuwelijke schreeuwen. Moeder zei het tegen vader die in ’t hele aan geen zulke dingen geloofde en vader zei dat dat al geen waar was. Maar, later als dat wijf weer een keer gekomen had, was ’t were hetzelfde met Gerard. Vader geloofde het nu wel. Hij haalde de vierwielvoiture uit, zette er de wiege in en reed met moeder naar de paters van Ieper. De pater zei rechtuit (direct) dat er regelmatig entwie in huis kwam die niet en mochte. Hij gaf een schapulier voor aan de wieg te hangen en een relekwie voor boven de deur te hangen. Ze mochten het tegen niemand zeggen. Nu, de zaterdag daarop kwam dien voerman were ’t onzent, want ’t was winkel bij ons en hij hadde vele pakjes mee. Hij kwam binnen en zijn wijf zat op de karre altijd maar voort te lezen. Moeder ging naar buiten en zei: "Hewel, kom binnen, drinkt een potje kaffie!” Dat wijf kwam van den dissel tot aan de deure en ging rap were weg, den dissel op en in de koetse. Moeder ging were naar buiten en vroeg: "Kom toch binnen en drinkt kaffie”! "Neen’k, Sidonie”, zegt ze tegen moeder, "’k heb nu geen goeste”! Ze wilde met geen middel binnenkomen. Ze is later nooit meer meegekomen en moeder heeft ze nooit meer gezien.
Beschrijving
De vrouw van een voerman kwam vaak een kopje koffie drinken bij een buurvrouw die een klein kindje had. Wanneer de moeder in de keuken was, maakte de vrouw altijd gekke gebaren naar het kindje. De vrouw was nog maar net weg of het kind begon te huilen en kreeg een blauwe kleur. Iedere keer wanneer die vrouw op bezoek was geweest, gebeurde hetzelfde. De moeder ging samen met haar kind en haar echtgenoot naar de paters van Ieper. De pater zei onmiddellijk dat er vaak iemand met slechte bedoelingen in huis kwam en hij gaf de moeder een schapulier om aan de wieg te hangen en een relikwie om boven de deur te steken. De geestelijke drukte de ouders van het kind op het hart aan niemand iets te vertellen over het gebeuren. Toen de voerman de volgende zaterdag weer op pad was, sprak de moeder van het kindje tot de vrouw van de voerman: "Wel, kom toch binnen om een kopje koffie te drinken!" De vrouw stapte van de kar, kwam tot bij de deur maar ging dan snel weer weg met de woorden: "Neen, ik heb nu geen zin".
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
6
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Ieper   
Ieper (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
Plaats van Handelen
Ieper   
