Hoofdtekst
Dat de alvermennekens bestaan hebben dat is zoo zeker als ik hier zit. Achter het dorp tegen het kanaal aan, daar woonden zij in de zandkuilen. De "Auwelenkelder" ligt daar ook nog van uit dien tijd. Vader-zaliger heeft mij verteld, dat wanneer boerenmenschen daar ’s avonds een ketel pap aan den ingang van den kelder gingen zetten, ze ’s morgens het mest gebreid op het veld vonden liggen. Toch weet ik een ding nog goed, en dat is dat de menschen schrik hadden van de alvermannekens, want als ze kwaad werden zag het er niet goed uit.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
De alvermannetjes woonden in zandkuilen naast het kanaal in Opitter. Wanneer de mensen 's avonds een kom pap bij de ingang van de Auwelenkelder hadden gezet, dan was hun veld de volgende ochtend bemest. De mensen waren wel bang voor de alvermannetjes, want die dwergjes konden gevaarlijk zijn wanneer ze boos waren.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (noorden)
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Auwelekelder (Bree)   
Naam Locatie in Tekst
Opitter   
Plaats van Handelen
Opitter   
