Hoofdtekst
’t Et ’n boerinne verteld dat ip één nacht under vruchtenzolder vul kalanders zat deur toverie. Ze lieten da belezen en ip één nacht waren ze weg.
Beschrijving
Een boerin stelde op een nacht vast dat de zolder vol meelwormen zat. Omdat de vrouw vermoedde dat er toverij in het spel was, liet ze de zolder overlezen. Een tijdje later waren de meelwormen weg.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (n van brugge)
264
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dudzele   
