Hoofdtekst
D En Boekweitstro, daar woonde 'k ik vlakbij. Daar weet ik niet zo echt niet meer iets van. Ik: Daar was ook nen bosdoktoor. F: Ah ja, dat was een klein boerke en dat was ook nen tovenaar of zo. Maar ik ken zijne naam niet meer. Ik: Peerke, naar 't schijnt. F: Peerke van Boekweitstro, maar gij weet het beter als ik. Ik: Iemand anders heeft mij dat verhaal al eens verteld, daarmee. ..... (we hebben het over wat Peerke allemaal deed) Ik: En uw ouders, geloofden die in zo'n dingen? F: Nee, die vertelden dat gewoon. Mijn schoonbroer, die geloofde dat wel.
Beschrijving
Soms moest de pastoor een boerderij komen zegenen omdat de mensen geloofden dat de boerderij was betoverd.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
antwerps (mechelen en omstreken)
13D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
