Hoofdtekst
We hielden vroeger herberge. En dat is nog gebeurd dat er ‘ne mens voortging hé, en hij was hem albij dood gegaan. En ommeddekeer de deure gaat open, en hij is daar were. En ’t zweet liep van zijn wezen van gaan: hij was altijd op dezelfste plekke blijven staan.
Beschrijving
Een man vertrok bij een herberg naar huis. Een hele tijd later stond de man al opnieuw bij de deur van de herberg. Hij was verdwaald geraakt en was helemaal bezweet.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
146
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Gijzelbrechtegem   
