Hoofdtekst
In Gors-Opleeuw spookte de gestorven baron op zen lâan. Tenslotte goenken ze de poaters hoalen omdat de minsen sjrik hoanen. De poater hoa gezaag on de vatsjie (paardenknecht) van een ketting euver het laand te trekken zonder un te kieken. De poater volgde dan op enige meters de vatsjie. Mais nauw hoa de vatsjie toch eens ungekiekt omdat hij een stem heurde aater zennen rug. En woa zoog hij do: hij hoa de hele taid e lichske metgetrokken on een ketting. Dit lichske was niemand aanders as de baron woa on de ketting vasgebonnen was en metgesleurd weunde om hem te verlossen. Altaid heurde de vatsjie de baron Ai-ai roepen. En aateroaf hebben ze de baron nooit mai gezien.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
In Gors-Opleeuw kwam de gestorven baron spoken op zijn domein. De mensen waren zo bang dat ze een pater lieten komen om het spook te verbannen. Een paardenknecht moest een ketting over het domein trekken zonder achterom te kijken. Toen de paardenknecht toch eens achterom keek, zag hij dat er een lichtje aan de ketting hing. Dat lichtje was de geest van de baron, die de hele tijd "Ai, ai" riep. Nadat het spook was verbannen, heeft men het nooit meer gezien.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
221
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Guigoven   
Plaats van Handelen
Gors-Opleeuw   
