Hoofdtekst
36 I -Wel ja, van de dag geleed (geleid). Dat noemden ze van de dalf geleed (geleid) en al die domme stoten. Mijn vrouw haar broer ôt (had) ook een keer een g’hele nacht in ‘t veld gelopen en hij ôt (had) zijn pardessus en zijn kostuum gescheurd.I -Maar dat was gewoon omdat ge niet zag of zo, niet omdat iemand u betoverde? 36 -Nee, nee. Ik zeg u ‘t was zodanig donker. Als we hier in de tijd als we jongens waren , ‘t was ‘s avonds als er zo iemand ergens moest naartoe gaan - dat was ... - en ze zouden ievers ( ergens ) een stallantaarn, ook een olielamp, om op de baan te blijven ook voor van de baan niet te geraken en we liepen weur (wij) met ons handen voor -als we niets bij ons ôn (hadden) - voor onze ogen, allez,ja , voor ons ogen voor op een ander niet te lopen en dat was een ongelukkige kasseibaan, hier juist een karrespoor breed, opzij van de baan was het allemaal moore (modder, slijk) en water. Daar we deden thun dan) nog geen schoenen aan, dat was nog geen mode, dat was thuns toen) amaole allemaal) kloppers dat ze zeiden, hé.I -Ja, kloefen ?36 -Ja.I -En hebt ge zo nooit gehoord van de maar dat dat zo een hekse was die op u kroop ‘s nachts , in uw bed?
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man die van de ‘dag’ of van de ‘alf’ was geleid, doolde de hele nacht in een veld rond, waarna zijn kleren helemaal gescheurd waren.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
36I
Broer van de vrouw van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Erwetegem   
