Hoofdtekst
41 Maar wat ze ook al gedaan hebben - zo heb ik ook maar horen zeggen, ik heb het niet meer meegemaakt, hé - dan zetten ze een ‘króót’ (= biet). Die holden ze uit gelijk een (hoofd) en daar zetten ze een kaarske in en dan was het juist alsof was het … een dode, zal ik maar zeggen, of zoiets. Maar dat heb ik allemaal maar horen zeggen, dat heb ik nooit … Vroeger deden ze van alles. Er waren dikke hagen, hé.
Beschrijving
Vroeger zette men soms uitgeholde bieten met kaarsjes in de hagen opdat de mensen zouden denken dat ze de geest van een dode hadden gezien.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
41S 552
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lafelt   
