Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0552_0553_11087

Een sage (mondeling), 1996

Hoofdtekst

41 Maar wat ze ook al gedaan hebben - zo heb ik ook maar horen zeggen, ik heb het niet meer meegemaakt, hé - dan zetten ze een ‘króót’ (= biet). Die holden ze uit gelijk een (hoofd) en daar zetten ze een kaarske in en dan was het juist alsof was het … een dode, zal ik maar zeggen, of zoiets. Maar dat heb ik allemaal maar horen zeggen, dat heb ik nooit … Vroeger deden ze van alles. Er waren dikke hagen, hé.

Beschrijving

Vroeger zette men soms uitgeholde bieten met kaarsjes in de hagen opdat de mensen zouden denken dat ze de geest van een dode hadden gezien.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
41S 552
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Lafelt    Lafelt