Hoofdtekst
We weunden wilder vroeger in ’n vuile, vuile strate, ’n eerdestrate. En dat was toen de mode dat ze met ulderen lanteerne naar de kerke gingen. En mijn vaders zuster ging alle dagen naar de kerke, en we weunden voorzekers wel drie kart van de kerke.En mijn tante was ommeddekeer verleerd: ze was heure weg verloren, en ze verstond er heur niet aan. ‘k Zegge, ze ging alle dagen naar de kerke, maar ze wiste zij al geen kanten meer waar dat ze was. En der ging daar ’n zwarte katte heel den tijd voor heur.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een vrouw had de gewoonte om iedere dag met de lantaren in de hand naar de kerk te gaan. Hoewel de vrouw de weg goed kende, raakte ze op een dag hopeloos verdwaald. Bovendien liep er de hele tijd een zwarte kat voor haar voeten.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
150
Tante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
