Hoofdtekst
Een jong vrouwmens, die was in verwachting. En daar liep altijd zo'n oud vrouwke rond, maar die kon niet sterven, die was ook bezeten van iets. Die kon niet sterven, want die moest dat overzetten op iemand. Maar daar was niemand die dat... iedereen schuwde hem van haar hè. En ze wist ook geen raad hoe ze kon... allé, komen te sterven. Toen kwam ze die vrouw aan tegen en ze zag dat die in verwachting was. En toen kwam ze in kal met die vrouw en terwijl ze kalde met die vrouw, wreef ze over die vrouw haar buik hè. En toen liet ze een zucht. Dat heb ik ook horen vertellen. En toen achterna, toen zei ze dat, dat die vrouw haar aangeraakt had en toen zegden ze: Ziet dat, als uw kind geboren wordt, dat ge het niet houdt, gooit het maar direkt ergens achter in de beek. Een paar dagen daarna werd dat kind geboren en ze pakt het kind en ze gooit het ook in de beek en ze gaan kijken. In plaats van het kind, lag die vrouw in de beek. Ik mag hier geen naam noemen, ik weet niet, die vrouw waar dat mee gebeurd is, zal wel dood zijn.
Beschrijving
Een oude heks kon niet sterven vooraleer ze haar kunsten aan iemand anders had doorgegeven. Op een dag kwam de oude vrouw een zwanger meisje tegen. Ze wreef het meisje over de buik en slaakte daarbij een diepe zucht. Toen het meisje vertelde wat haar was overkomen, raadden de mensen haar aan om het kind onmiddellijk na de geboorte in de beek te gooien. Zodra het kind was geboren, deed het meisje wat haar was aangeraden. De mensen kwamen kijken en zagen tot hun grote ontsteltenis de oude heks in de beek liggen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
k
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
