Hoofdtekst
’t Heeft vroeger ook nog een wat’rduivel bij ons gekomen. Vader en moeder sliepen op de voute. En ’t stond daar een pompe buiten tegen de muur, op ’t ende (einde) van ’t hoveniershof. En ze zagen zieder (zij) daar een beeste lopen, zonder poten, gelijk een soorte zwijn. En die pompe stond tegen de muur en je (hij) kroop er toch rond. ’t Is vroeger vele toverij geweest wè (hoor). Nu is dat allemaal veranderd.
Beschrijving
Bij een huis in Stene zat een waterduivel aan de pomp. De mensen die op de zolder sliepen, zagen er altijd een beest lopen dat leek op een zwijn, maar geen poten had. Hoewel de pomp tegen de muur stond, kon het beest eromheen kruipen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
14
Ouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stene   
Plaats van Handelen
Stene   
