Hoofdtekst
Klakkaart heeft hier veel perten (poetsen) gespeeld. Dat was vooral in Kleit. Dat waren mensen die mee ’t hand spindigen en Klakkaart… d’en ene keer veranderdige hij hem in een klein kind, in hond, in grote mens of in boereknecht. En vroeger jaren de mensen han geen horloge in d’huizen aan de vensters stond hij te kloppen en de mensen meendigen dat het eldren gebuur ware. "Mietje, Charlotje, Kolletje toe ’t is tijd voor op te stane, ge zult in tijd de markt niet meer hen." En ’t was slecht were en regenen en onze (als ze) tegen Brugge waren stond hij elder uit te lachen en zei hij hoe late dat’t ware. En ’t was nog maar in de voornacht.
Beschrijving
Klakkaart veranderde zich soms in een klein kind, een hond, een volwassene of een boerenknecht. 's Nachts ging hij op de ramen van de huizen kloppen en riep: "Opstaan, of jullie zullen niet meer tijdig op de markt zijn!" Wanneer de spinsters bijna in Brugge waren, lachte Klakkaart hen uit en zei hoe laat het in werkelijkheid was. Het was nog lang geen ochtend!
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
103
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Klakkaart   
Naam Locatie in Tekst
Adegem   
