Hoofdtekst
Ich was den aadste van zeven jongens. Mê bruur dien is is geplaogd gewist. Elke zaoterdag kreeg’em da. Dan kwam’em nao beneden, ging zitten en bewoog ne miê. Os vaoder en ich zên daoveur nao St.-Truiden gewist, nao de drei Gezusters, mee de trein tot St.-Truiden en dan te voet. Van toen af was ’t gedaon.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
Een jongen werd elke zaterdag geplaagd door een vreemde kwaal. De jongen kwam naar beneden en bleef dan een hele tijd onbeweeglijk zitten. Nadat de broer en de vader van de jongen naar de 'drie Gezusters' van Sint-Truiden waren geweest, gedroeg de jongen zich weer normaal.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (beringen en omstreken)
260
Broer van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
drie Gezusters (Sint-Truiden)   
Gezusters (drie) (Sint-Truiden)   
Naam Locatie in Tekst
Lummen   
Plaats van Handelen
Sint-Truiden   
