Hoofdtekst
Dat was hier in Kuringen en daar hadden ze drie paarden en daar was altijd een paard dat ze altijd meer voeder moesten geven dan aan de andere en ’s morgens vonden ze dat helemaal bezweet in de stal. Dat was dan altijd heel proper heel proper gewassen en gekamd en de staart en de manen waren altijd schoon gekamd en dat paard werd altijd magerder en magerder. Daar kwam alle nachten een heks dat halen.
Beschrijving
Een boer uit Kuringen die drie paarden had, stelde vast dat één van de paarden opvallend veel at en 's ochtends altijd bezweet in de stal stond. Het paard werd elke nacht opgehaald door een heks.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tussen hasselt en beringen)
304
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kuringen   
Plaats van Handelen
Kuringen   
