Hoofdtekst
Dat woren toen huziges met oedewetsche kaven. Bakelandt ging toen oltemets met zijn deugnietsbende ol de kaven in. ’t Zat dor ook èn anker in. Ze gingen ton binnen en ze vroegen de menschen ulder geld of leven en o ze’t niet wilden geven, ze dein ze dood. Z’één in Colpaerts busschen, de Wijnsbusschen, gezeten over Gits en Lichtervelde. Dat wos e bende van twolve. ’t Woren dor twee vromenschen bij. Ze wareerden zieder in de busschen en ze zochten mekor in speloenken, in de groend.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De rovers van Bakelandt pleegde veel inbraken en roofde de kelders van de huizen leeg. Mensen die weigerden om hun geld te geven, werden door de rovers vermoord. De bende van Bakelandt bestond uit twaalf rovers, onder wie twee vrouwen. De rovers vertoefden lange tijd in de Wijnsbossen tegenover Gits en Lichtervelde. De rovers ontmoetten elkaar in ondergrondse spelonken.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
187A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
Lichtervelde (kasteel van)   
bende van Bakelandt   
Wijnsbossen   
Gits   
Naam Locatie in Tekst
Gits   
