Hoofdtekst
Mijn zuster ging naar de fabriek en we hadden hier een nicht wonen een beetje verder. En als ze daar kwam begon dat ferm te regenen. En ze zegt: “Ik zal bij mijn nicht een paraplu gaan vragen.” Ze klopt, maar ze wist niet dat dat meisje ’s nachtsds verrijkt was en ze zei: “Marie, ‘k moet nog naar Leupegem, zou ik uw paraplu eens mogen gebruiken?” Maar Marie zei: “Ge moogt het niet kwalijk nemen, ons Gabriële is vannacht verrijkt, en iets uitlenen tijdens de negen dagen moogt ge niet doen.” Daar zou anders toverij van voortgekomen zijn.
Beschrijving
Een meisje dat op weg was naar de fabriek, belandde in een fikse regenbui en ging bij een nicht die niet veraf woonde een paraplu vragen. De nicht antwoordde echter: “Je mag het me niet kwalijk nemen. Onze G. is vannacht ‘verrijkt’ (bevallen?) en tijdens de negen volgende dagen mag je niets uitlenen, want dan kan je betoverd worden”.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
79G
Zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Edelare   

