Hoofdtekst
’t Wos daar een hekse, en ze lag up sterven, maar dat deurde nogal lange, en ze koste maar niet dood gaan, en up den deur, hèn ze de pastoor er bij geroepen. En den dien hèd dat olles belezen en die toveresse hèd ton gewoeld en gesprongen in heur bedde zodanig stief dat ze geheel omgekeerd lag met heuren kop langs achter, en dat is echt gebeurd.
Beschrijving
Omdat een heks niet kon sterven, liet men de pastoor komen om de vrouw te overlezen. De heks heeft dan zo gewoeld dat ze helemaal omgekeerd lag met haar hoofd aan het voeteneinde van het bed.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
289
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
