Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FBECK0138_0139_166 - Heksenrit "over heggen en hagen"

Een sage (mondeling), 1947

Hoofdtekst

Een jongen had gehoord dat zijn liefste een heks was en hij wou weten wat daarvan was en hij had al verschillende keren op de wacht gestaan aan haar venster om te zien wat daar voorviel. En op een avond had hij geluk, hij zag hoe zij en haar moeder 'hen' insmeerden met een potje zalf en hij had goed gekeken waar ze het zetten. Toen kwamen ze uit en ze gingen op een 'bessem' zitten en toen wensten ze hen: 'Over heggen en hagen tot in de pastoor van Keulen zijn wijnkelder.' En toen vertrokken ze door de lucht. Die jongen wou alles weten en hij deed hen na, hij vond het potje zalf en hij smeerde 'hem' ook in en toen wenste hij 'hem' 'Door heggen en hagen tot bij mijn liefste in de wijnkelder'. Hij had zo erg niet op de woorden gelet. En toen hij daar kwam had hij niets meer aan. Maar die vrouwen zorgden goed voor hem en ze zopen ferm. Maar toen zei hij: 'Hoe gaan we nu terug thuis geraken?' 'Daar zal wel iets komen' zegden de vrouwen. Toen kwam daar een zwarte hond en daar gingen ze allebei op zitten, maar toen was daar geen plaats over voor hem, 'Waar moet ik me zetten?' vroeg hij. Toen zei de moeder: 'Tie, steek staart uit' en daar moest hij op zitten en ze zei nog: 'Pas op dat ge de Zoete Naam niet uitspreekt.' En toen reden ze weg met hun drieën op die hond en hij op de staart. Maar toen ze over de Rijn vlogen, zag hij dat water onder hem en hij kreeg schrik. 'Och God, och God!' zei hij. En boef! daar viel hij af, de hond had zijn staart laten zakken. Maar hij was toch juist over 't water en hij had niets en toen kon hij toch nog te voet terugkomen.

Onderwerp

SINSAG 0515 - Die Luftreise    SINSAG 0515 - Die Luftreise   

SINSAG 0511 - Über Weg und Steg    SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   

Beschrijving

Een jongen had horen zeggen dat zijn vriendin een heks was. De jongen had al verschillende keren bij het raam van het meisje op wacht gestaan om te kijken wat daar gebeurde. Op een avond zag de jongen hoe zijn vriendin en haar moeder zich insmeerden met een potje zalf. Daarna gingen ze op een bezem zitten en en spraken de volgende toverformule uit: "Over heggen en hagen tot in de wijnkelder van de pastoor van Keulen", en ze vlogen door de lucht. De jongen had goed gekeken waar de vrouwen het potje zalf hadden verstopt, en toen ze weg waren, wilde hij het hele ritueel zelf ook weleens uitproberen. De jongen smeerde zich in met heksenvet en zei: "Door heggen en hagen tot bij mijn liefste in de wijnkelder". Toen de jongen aankwam in de wijnkelder, was hij erg gewond. Zijn vriendin en haar moeder zorgden echter goed voor hem. Na afloop van hun wijnfestijn, stelde hij de vraag: "Hoe moeten we nu weer thuis geraken?", waarop de moeder van het meisje antwoordde: "Er zal wel iets komen." Even later kwam er een zwarte hond aangelopen. De vriendin van de jongen ging samen met haar moeder op de rug van het dier zitten. Omdat er voor de jongen geen plaats meer was, sprak de moeder tegen het dier: "Tie, steek staart uit!". De jongen nam plaats op de staart van het dier, nadat de moeder hem waarschuwde: "Pas op dat je de Zoete Naam niet uitspreekt!" Daarna steeg de hond op tot hoog in de lucht. Toen het drietal echter over de Rijn vloog, werd de jongen bang en riep: "Och God, och God!" Daarop liet de hond onmiddellijk zijn staart zakken, zodat de jongen naar beneden viel. Gelukkig waren ze net over het water, zodat de jongen nog te voet kon terugkeren naar huis.

Bron

F. Beckers, Leuven, 1947

Commentaar

2.1 Heksen
zuid-limburgs
Heksenrit "over heggen en hagen": variante 1
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Tie
God

Zoete Naam    Zoete Naam   

Naam Locatie in Tekst

Heers    Heers   

Plaats van Handelen

Rijn    Rijn   

Keulen    Keulen