Hoofdtekst
48 G Maar in ieder geval, dat is daar allemaal toch gebeurd op die moment, ik denk, euh, ik denk in de jaren allez, ja, ze wisten ook nog te vertellen dat er daar dus ook constant, dag en nacht kaarsen brandden, dat dat ‘s nachts dus soms helemaal verlicht was, soms helemaal duister was, dat was heel raar en van nog mensen, maar ja, dat heb ik allemaal horen vertellen, dat is niet dat ik zelf ondervonden heb, horen vertellen van mensen die ‘s nachts bijvoorbeeld, hoeveel mensen ôn (hadden) er rolluiken in die tijd, ja, en dan de ramen ...II -Blaffetuurtjes?48 - ...bibberden. Nee, nee, dat de ramen zelf : tok tok tok tok tok tok , altijd de ramen zonder dat er wind was buiten, dus altijd gelijk (stokt), d’er hing daar een angstgevoel over Cottem.I -En dat was enkel die vrouw, of was dat ook nog zo geweten van anderen of zo?48 -Dat weet ik natuurlijk zo niet. Nee, er was er maar één, maar er kwamen dus ook bepaalde mensen daarbij.I -Ah ja, die dan zogezegd ook aanzien werden als ...
Beschrijving
In een huis in Cottem dat behekst was, kon men ’s nachts kaarsen zien branden. De rolluiken trilden er, hoewel het windstil was.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
48G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zottegem   
Plaats van Handelen
Cottem   
