Hoofdtekst
Door een wonderbare nevel rondgeleid worden. Ge moet ne keer heurten hoe dat ik vaarde, alzo veertig jaar geleden. Ik kwam naar huis en ten was pertank nog niet donker zulle, want ik zag ons huis staan en ik ging er naar toe en dat was juist gelijk dat er ne smoor voor mijn ogen dreef en gaan was gaan naar huis en volgens mijn voorstel moest ik al wel twee uren ver gegaan zijn en ik en was nog niet thuis, eh, ik bleef staan en ik hoorde kloppen en dat was al bos voor mij, en achter een beetje was dat almetnekeer al weg en ik stond juist op dezelfde plaats lijk van te voren.
Beschrijving
Een man die naar huis vertrok en zijn huis al zag, kreeg een soort mist voor zijn ogen, waardoor hij verdwaald raakte en opnieuw belandde op de plaats waar hij was vertrokken.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
101
1916
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Ouwegem   
