Hoofdtekst
De weerwolf dat ze zeggen, dat was een die stief bij dage en ’s nachts rondwareerde (ronddoolde), ze liepen zieder de gehele nacht rond, niet speciaal om kwaad te doen, maar ze moesten up de bane zin, en z’hadden een groot vel dat ze in een grote oude wulge staken.
Beschrijving
Weerwolven liepen de hele dag en de hele nacht rond. Ze bezaten een speciaal vel dat ze in een oude wilg bewaarden.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
west-vlaams (ieper)
334
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geluveld   
