Hoofdtekst
I -En weet ge nog andere dingen zo dat ouders vertelden aan hun kinderen om hen schrik aan te jagen of zo? Zo van ge moet oppassen, want die gaat achter u komen.23 V -De jongens waren al schou (bang) genoeg thuns (toen), als ze dat allemaal zaten te vertellen ‘s avonds. Ik heb mijn moeder horen (vertellen) dat zij schou (bang) waren, maar d’er was daar een in ‘t gebuurte die was van niets schou (bang) en als ze zegden dat het toverde, ging hij daar naar toe hé, en als ze zeiden tegen hem doet daar dat en daar was hij ‘s nachts naartoe hé, maar nu ...II -En hij heeft nooit iets voorgehad hé?23 -Nee aan hem niet, maar het schijnt als ge niet schou en waart (bang was)...(onverstaanbaar)II -Ah, natuurlijk, maar uw dochter of uw schoonzoon heeft daar de andere dag gezegd in de café dat de kinders hen nog meer schou (angstig) maakten, want ze staken door een gaatje in de plafond, wat was dat?
Beschrijving
In Sint-Goriks-Oudenhove woonde een man die nergens bang voor was. Wanneer men zei dat het ergens spookte, ging die man met opzet naar die plaats.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
23V
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Goriks-Oudenhove   
Plaats van Handelen
Sint-Goriks-Oudenhove   
