Hoofdtekst
Toen ik nog noar ’t stal ging, dan stonden dikkels alle nachten de koeien los en dan kwam doar alle nachten een spook en alle nachten stonde die biëste doar te huile moar as g’in de stal kwaamt was ’t gedaon.
Beschrijving
In een stal waar de koeien altijd werden losgemaakt, verscheen iedere nacht een spook. De dieren maakten altijd lawaai, maar zodra men in de stal kwam, werden ze rustig.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (noordelijk waasland)
217
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren-Waas   
