Hoofdtekst
In d’Enneke woênden minsen die geplaogd werden van de kaoi hand. ’s Aovonds maokte het pjeid en de koeien veul lawijt, rammelden mee de kettingen en beukten (loeiden). As de minsen bijkwamen mee de lanteirn dan was ’t wiêr stil. As ze terug weggingen: wiêr hetzelfde liedje. Ze hêmmen ’t pjeid moeten verkoêpen: het biêst had gin rust.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In 'd' Enneke' woonden mensen die door de kwade hand werden geplaagd. 's Avonds hoorde men bij de paarden en de koeien gerammel van kettingen. Wanneer de mensen met een lantaren dichterbij kwamen, werd het weer stil. Uiteindelijk heeft men het paard moeten verkopen.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (beringen en omstreken)
242
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beverlo   
Plaats van Handelen
Enneke ('d) (Koersel)   
