Hoofdtekst
Mene paa zeul ger koem 's naachs es heel allein trug van St.-Truiden. Toen hèè op de hoogt van Overbroek en Mechelen gekomen was, goenk do opeens e kaaf veur hem op. Het doog niks, mais zijn ougen flikkerden zo fel dat hij ter bang van kreeg. Hij wilde d'r op sleun mais het kaaf was opeens vort; en hij hèt het nooit mai gezien.
Onderwerp
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Een man die 's nachts alleen terugkwam van Sint-Truiden, zag tussen Overbroek en Mechelen een vreemd kalf lopen. Het dier had een vreemde flikkering in de ogen. Toen de man naar het kalf wilde slaan, was het dier plots verdwenen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
210
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rukkelingen - Loon   
Plaats van Handelen
Mechelen   
Overbroek   
Sint-Truiden   
