Hoofdtekst
Sprekende kat: heks.Da moet al vijf en zeventig jaar ‘leên zijn of nog meer. Mijn grootvader kwaamt de Sponod’op en ’t spooktege daar ook vele in de Sponde in dienen tijd.En da was ’s navends in de winter. En ie gaat daar aan de kant van den bos en ie ziet daar een schone katte zitten. En die katte komt naar hem toe en ze zegt:“Ha, Haarie Verplancken, van waar komde gij?” zei ze.En Haarie Verplancken was daarvan verstomd.Ha, ie zegt hij, - omda ze tuus vele van spoken en toverije hoordegen - , ie zegt:“Ha, gij schone bonte Miene, waarom streelde gij mij?”En daarmee, mee dat hij die katte azo g’antwoord hâ, en wierd er hem niets gedaan; die katte liep weg.Maar een endeke verder, ie ziet daar een koe en ie gaat achter die koe zitten en die koe loopt de Sponde nere. En ’t komt daar een meetje gegaan:“Ha, Haarie Verplancken, waarachter loopt gij?”“Achter een schone koe die ‘k daar gezien hê.”“Ha, gij simpel ore, zei ze, ’t en es daar geen koe!”En al mee ne keer: die koe was verdwenen en Plankie stond daar te kijken.
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
Beschrijving
Een man zag op een winteravond een mooie kat aan de rand van het bos zitten. De kat liep naar de man toe en sprak tot hem: "Vanwaar kom jij?" De man was stomverbaasd en antwoordde: "Jij mooie bonte Mienen, waarom streelde jij mij?" Vervolgens liep de kat weg. Wat verderop zag de man een koe. Hij liep achter het dier aan. Toen hij een oud vrouwtje tegenkwam, dat vroeg waar hij naartoe liep, antwoordde de man: "Ik had daar een mooie koe gezien". Het vrouwtje sprak vervolgens: "Jij simpele ziel, daar zit helemaal geen koe!"
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
180
Vóór 1875
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nukerke   
