Hoofdtekst
7 Er was een. Ja, ik weet niet; ik durf dat toch rechtuit niet zo goed zegen. In de Kwartel was één. Weet ge waar ik bedoel, in de Kwartel?I Jaja, maar ik weet niet wie ge bedoelt.7 Nee. Maar het was in de Kwartel. En het was een heel oude vrouw. Zelfs de kinderen van die wonen (nog) in het dorp, d’r leven nog kleinkinderen van zogezegd. Dat was Iefke, heet ze. Iefke de Rouche [lacht]. Dat was een heks? Zegden ze, hé. Ik weet ook niet meer.I En hoe zag die er dan uit?7 … (= onverstaanbaar). Dat was in mijn tijd toch zo niet meer. Maar ik heb horen vertellen van m’n moeder (= † Margriet Reggers - Reggers, Waterstraat 13) en van m’n grootmoeder (= † Helena Biesmans, Kwartelstraat) zogezegd. Die woonde langs mijn grootmoeder, Iefke, Iefke de Rouche [lacht]. Ja nee, van heksen…
Beschrijving
In de Kwartel woonde een oude vrouw over wie men vertelde dat het een heks was.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (groot-riemst)
7B 192
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
Plaats van Handelen
Kwartel (Zussen)   
